Moedig en kwetsbaar zijn in het dagelijkse leven
Wezenlijk contact in een nieuwe of duurzame liefdesrelatie, ons uiten in een belangrijke vergadering of een moeilijk gesprek met een familielid kunnen stuk voor stuk trouw aan eigenheid, moed en kwetsbaarheid vragen. Hoe kunnen we hierin ons innerlijk evenwicht vinden? In haar boek De kracht van kwetsbaarheid (2013) formuleert Brené Brown het als volgt: ‘In plaats van aan de zijlijn te blijven zitten en kritiek en adviezen te strooien, moeten we betrokkenheid tonen en onszelf laten zien. Dat is kwetsbaarheid. En dat vraagt moed’.
Auteurs als Brown en Rosenberg gaan in op verbinding en wat daar in de weg kan zitten. Veel mensen blijken te vinden dat ze een fijne relatie niet waard zijn of schamen zich voor zichzelf of voor aspecten van hun achtergrond. Rosenberg (2006) gaat met zijn Vijfstappenmethode en de valkuilen uit levensvervreemdend communiceren in op het drie fasen model naar de transformatie naar emotionele volwassenheid. In het drie fasen proces transformeren we: angst, schaamte, schuld, boosheid, somberte en verwarring. Hierdoor kunnen we onbelast innerlijk geluk, vrede, tevredenheid, vervulling en plezier ervaren.

De geweldloosheidstraditie
De behoefte om onszelf noch de ander te schaden, wordt het geweldloosheidsprincipe genoemd. De regel houdt in dat we stoppen onszelf en anderen te schaden, niet alleen in woorden, maar ook in daden en onze gedachten. Belangrijke mensen uit onze geschiedenis, die vaak in één adem worden genoemd met geweldloosheid, zijn Mahatma Gandhi, Nelson Mandela, Martin Luther King en Etty Hillesum. Ook wordt het boeddhisme vaak genoemd als bron van inspiratie.
Rosenberg gaat in zijn werk in op de spirituele visie van geweldloosheid. Hij gebruikt geweldloosheid om te verwijzen naar ons natuurlijk vermogen tot mededogen wanneer geweld niet langer het hart beheerst. Rosenberg (2006, 18) schrijft: ‘hoewel we onze wijze van communiceren misschien niet als gewelddadig ervaren, zijn onze woorden vaak kwetsend en pijnlijk voor anderen of voor onszelf’.

Een geweldloos contact ABC
Een frame wat ons tot steun kan zijn om verbinding te maken, innerlijk of met de ander, is de Geweldloze Communicatie Methode van Rosenberg. De ontdekkingstocht, die hieronder wordt beschreven, is daarop een voorproefje.

A) Waarnemen
Om zuiver te kunnen zijn in onze communicatie, moet allereerst worden vastgesteld waarover we het eigenlijk hebben. Voordat je eerlijk kunt zijn naar een ander moet je echter eerlijk zijn naar jezelf. Dit is minder makkelijk dan het lijkt. Geweldloze communicatie begint daarom met het vaststellen van wat de vijf zintuigen waarnemen.
Wanneer we onder woorden proberen te brengen wat we zien, horen, ruiken, proeven en voelen, is het zaak om niet te verzanden in interpretaties, analyses en oordelen. Dit zijn de valkuilen van waarnemen. Waarnemingen zijn niet ‘goed’ of ‘fout’. Ze zijn wat ze zijn.

B) Behoeften herkennen
Ieder kind heeft behoeften, die vaak niet worden vervuld. Hierdoor weten veel volwassenen niet hoe ze voor hun behoeften kunnen gaan staan.
Een sleutel hierbij is om het onderscheid te leren maken tussen behoeften en strategieën. Waar behoeften universeel zijn, zijn strategieën individueel. Conflicten ontstaan vanuit geweldloze communicatie doorgaans over strategieën, niet over behoeften.

C)  Eerlijk uiten
Wanneer we hebben vastgesteld wat we waarnemen (A) en welke behoeften we hebben (B), kunnen we aan de slag gaan met dit kenbaar te maken aan onze omgeving. We uiten ons eerlijk en oprecht, wanneer we dit doen zonder vorm van kritiek of oordeel. De woorden waarmee we spreken zijn van belang, evenals onze houding en de toon waarmee we spreken.