“Wherever I look, I see signs of the commandment to honour one’s parents and nowhere of commandment that calls for

the respect of a child.” - Alice Miller


Hieronder de belangrijkste versteviging van visies over onheilzame communicatie
Het gaat om bewustwording van: Levens vervreemdend- of Oordelend Communiceren (Rosenberg, 2006) en Schadelijke hechtings- en opvoedingsmethoden (Alice Miller, 2002; Bauer, 2016) over onheilzame communicatie.
Dit zijn de belangrijkste parallelle visies en deze komen in de Basistraining aan bod. Het gaat om de onderdrukking bloot te leggen en geweldloos te communiceren. Geweldloos? Omdat anders de verstrikkingen van geweld door blijven gaan.

Levens vervreemdend- of Oordelend Communiceren
Rosenberg maakt duidelijk dat we collectief èn individueel slachtoffer zijn van: Levensvervreemdend- of Oordelend Communiceren
Zonder dat we ons dat bewust zijn, worden er in de verbale en non-verbale communicatie tussen mensen defensieve reacties gebruikt, zoals verdedigen, terugtrekken en aanvallen. Levensvervreemdend Communiceren is een term die Marshall Rosenberg gebruikt in zijn methode voor Geweldloze Communicatie. Hiermee doelt hij op statisch taalgebruik, zoals: ‘het is’ en ‘dat is’. Oordelend communiceren, is een taal waarin verbaal en non-verbaal lading of projectie zit. Oordelend communiceren, is een vorm van communicatie waarbij weerstand, onbegrip, boosheid, irritatie, klagen, mopperen en slachtoffergedrag gemakkelijk op een ander geprojecteerd worden. Het kan zich ook naar binnen richten. Dit ervaar je wanneer je jezelf op je kop geeft; het is de stem van de innerlijke criticus. In de trainingen en sessies wordt Levensvervreemdend Communiceren ook wel Oordelend Communiceren genoemd. Deze vorm van communicatie heeft haar wortels in hiërarchische en op macht gericht samenlevingen en houdt deze in stand.

Schadelijke hechtings- en opvoedingsmethoden vanaf de babytijd – en daarvoor Alice Miller en Joachim Bauer schrijven over de gevolgen van Zwarte- of Giftige Pedagogiek.
Miller schreef in haar werk over het lijden van het kind in een wereld die zijn of haar gevoelens en behoeften negeert en ontkent. Haar boeken zijn vertaald in meer dan 30 talen. Het gaat hier niet alleen om de opvoeding in Duitsland, de Schwarze Pädagogik. Het gaat om de opvoeding waarin “de wil” van een kind wordt gebroken. Miller heeft zich ingezet om aan te tonen dat afweerreacties, zoals Verdringen en Ontkenning, in veel gevallen terug te herleiden zijn naar de babytijd.

Beslissingen nemen op basis van verdriet en pijn uit de babytijd
Het kunnen mensen zijn met succesvolle levens, die toch (onbewust) beslissingen nemen op basis van verdriet en pijn uit het verleden. Alice Miller gaat in op wereldwijd maatschappelijk taboes, zoals de idealisering van de moederliefde. Alice Miller merkt op dat conflict beladen belevenissen uit de jeugd hierdoor dikwijls onderbelicht blijven. Miller schrijft: “De wortels van het geweld komen voort uit het feit dat kinderen over de hele wereld en vooral tijdens hun eerste levensjaren, wanneer hun hersenen worden bedraad, fysiek en emotioneel worden beschadigd”.
De boeken en het gedachtegoed van Alice Miller kunnen aanleiding zijn tot het nadenken over ons eigen leven en over de verhalen in onze eigen familie.

Taboes
Maatschappelijk gezien stuit deze stroming nog op taboes, in het bijzonder over het verwekken van kinderen, de baarmoedertijd (zwangerschapsmythe) en de vroegste levensfase (vrouw als liefdevolle verzorger mythe). Joachim Bauer beschrijft de neurobiologische processen die de hersenen van een baby doorlopen. Hij concludeert dat vermaningen geen zin hebben bij een baby en peuter (tot 24 maanden), omdat deze dan nog ‘onrijp’ is en niet in staat is tot zelfbeheersing. Sterker nog, hij stelt dat straffen bij ‘kleine kinderen in deze vroege fase mogelijk zelfs traumatiseren en de aanstaande rijping van de prefrontale cortex verstoren of zelfs verhinderen.’ (Bauer, 2016, 44)

Waar in de 21e eeuw wereldwijd belangrijk onderzoek over gaat is: De eerste duizend dagen
‘In de eerste duizend dagen van het leven, vanaf de bevruchting tot de tweede verjaardag, worden we gevormd tot wie we zijn.
Invloeden in de ze periode zijn bepalend voor de rest van je leven’. (Tessa Roseboom, 2019) Tessa Roseboom, hoogleraar Vroege Ontwikkeling Gezondheid aan de Universiteit van Amsterdam, beschrijft vanuit verschillende vakgebieden hoe de omgeving tijdens het vroege leven de groei, ontwikkeling en gezondheid beïnvloedt. Roseboom gaat in op welke gevolgen dit heeft voor de maatschappij. Ze gaat in op dan het investeren in een goede start een enorme winst oplevert voor de gezondheid en het welzijn van toekomstige generaties: het is de slimste investering die we kunnen doen, vanuit menselijk, maatschappelijk en economisch perspectief.
Waarom gender gelijkheid niet slechts de helft van de wereld bevolking maar iedereen aangaat. In het Parool leg ik uit waarom gelijke kansen voor mannen vrouwen belangrijk zijn voor Gezonde toekomstige generaties en het behalen van de Sustainable Development Goals. #SDG #kansrijkestart #gendergelijkheid

Vroege gezondheid beïnvloedt niet alleen onze fysieke- en psychische gezondheid, maar ook communicatie en gedrag.

Al meer dan honderden jaren
Zoals Spanje zijn inquisitie had, had Duitsland zijn Schwarze Pädagogik.
In de 18e en 19e eeuw werd in dit deel van de wereld, dat wij kennen als de Germaanse wereld, met Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland en Nederland, een manier van opvoeden van kinderen ontwikkeld, gericht op de vernietiging van hen als mens en absolute onderwerping aan de wil van de ouders met elke denkbare methode. Het was de Duitse sociologe Katherine Rutschky die in 1977 de kwestie op de voorgrond bracht, door een boek met de naam Schwarze Pädagogik. Ook bracht zij het onderwerp tot een punt op de politieke agenda, in het bijzonder dat vrouwen die als kind zijn misbruikt, hun dochters ook niet beschermen. Alice Miller borduurt verder op het werk en bronnenonderzoek van Rutschky. In hun respectievelijke werkzaamheden hebben Rutschky en Miller zich beperkt tot teksten uit Duitse handboeken die in de 18e en 19e eeuw ingingen op de opvoeding van kinderen.

Een voorbeeld
Johan Georg Zulzer, theoloog en hoogleraar wiskunde en een productief schrijver. Hij publiceerde voor het eerst tussen 1771 en 1774 over het opvoeden van kinderen. Zodra kinderen bewustzijn ontwikkelen, is het essentieel om met woord en daad, te tonen dat zij zich moeten onderwerpen aan de wil van hun ouders. Zulzer stelde: kinderen vrijwillig moeten doen wat ze wordt verteld; ze moet gewillig stoppen met wat verboden is en akkoord zijn met de regels. “Een van de voordelen van deze jaren is dat kracht en dwang vrij gebruikt kunnen worden. In de loop der jaren vergeten kinderen alles wat er is gebeurd in de vroege kindertijd. Als je wil wordt gebroken op dat moment, zul je je nooit wat herinneren en daarom zal het geen ernstige gevolgen hebben”.

Alice Miller: Niet door de Freudiaanse ‘doodsdrift’ was het latente destructiviteits potentieel ontstaan, maar door heel vroeg onderdrukte emotionele reacties!
“Uit het feit dat de adviezen van pedagogen, als bijvoorbeeld Daniël Gottlob Moritz Schreiber, in de tweede helft van de 19e eeuw in Duitsland 40 maal herdrukt zijn mogen we concluderen dat het slaan dat deze auteur aanbeveelt om gehoorzaamheid af te dwingen, voor de meeste ouders ter goeder trouw in praktijk is gebracht bij hun kinderen.

De kinderen die op zo’n manier werden grootgebracht, hebben 30 jaar later hetzelfde gedaan met hun eigen nageslacht. Ze wisten immers niet beter”. (Miller, Eva’s ontwaken, 2002, 25-26)

Zwarte Pedagogiek: schadelijke hechtings- en opvoedingsmethoden bezien vanuit de 21e eeuwse neurobiologie
Een schrijver en onderzoeker die op het werk van Miller voortborduurt is Joachim Bauer, die werkt als neurobioloog. Hij heeft hij zijn onderzoeksresultaten uit de neurobiologie over zelfsturing en vrije wil gepubliceerd en hij gaat in op identiteitsontwikkeling. “Gelukkig is onze samenleving in de jaren zeventig van de vorige eeuw wel begonnen om de opvoeding te bevrijden van de Zwarte Pedagogiek (Miller, 2002), waardoor kinderen en jongeren gemaltraiteerd en getraumatiseerd werden.” “Maar terwijl dit project – gezien het nog altijd te hoge percentage van mishandeling – nog steeds niet als afgesloten kan worden kan worden beschouwd, staan we in een bepaalde aspecten van onze opvoedingspraktijk weer op het punt terug te keren naar een geheel nieuw soort zwarte pedagogiek. En dat geldt vooral voor de verzorging van kinderen in die eerste twee levensjaren”.

Zelfsturing en autonomie verstevigen
“Zelfbeheersing, zelfsturing, autonomie en het vermogen om een vrije wil te vormen, vergen zoals Bauer duidelijk maakt, een ongestoorde ontwikkeling van de hersenen, die op haar beurt alleen plaats vindt als kinderen worden begeleid.” (Bauer, 2016  45)

Genadeloze zelfbeheersing
Het concept van genadeloze zelfbeheersing werd door Alice Miller in haar boek “In den beginne was er opvoeding” (1980: Ned. Ed 2002) indrukwekkend omschreven als ‘Zwarte Pedagogiek’. Hierdoor werden mensen in de periode die ongeveer liep van het midden van de negentiende eeuw tot de decennia na de Tweede Wereldoorlog, al in de kindertijd psychisch gebroken.” (Bauer, 2016, 179)

Over de hersenontwikkeling van de baby
“De pre frontale cortex is bij de geboorte van een kind nog een vrijwel onbeschreven blad, al zijn de zenuwcellen al wel ter plaatse.
De voor het goede functioneren van de zenuwcelnetwerken benodigde zenuwbanen beginnen echter pas in de loop van de eerste drie levensjaren langzaam hun functie te vervullen”. (samenvatting zowel bij Mischel e.a. (1998) als bij Casey e.a. (2012), Bauer,  2016, 44). “Daarom is een baby of peuter, op basis van de neurobiologische onrijpheid van de prefrontale cortex, in de eerste 18-24 maanden nog niet in staat tot zelfbeheersing. In deze periode hebben aanwijzingen, vermaningen of zelfs het straffen van de baby of peuter dus geen enkele zin. Straffen - standjes, het onthouden van aandacht of andere maatregelen - kunnen kleine kinderen in deze vroege fase mogelijk zelfs traumatiseren en de aanstaande rijping van de prefrontale cortex verstoren of zelfs verhinderen. ‘Dit zijn belangrijke inzichten, waar niet alleen ouders rekening mee moeten houden, maar ook het personeel in de crèches waar kinderen onder de twee jaar worden opgevangen.” (Bauer, 2016, 44)

Zelfbeheersing kan pas ontstaan als er ook een zelf is
“Een baby heeft in de eerste maanden van zijn leven echter nog geen weet van een ‘ik’ en een ‘jij’. Hij/zij kan noch zijn waarnemingen van de buitenwereld noch van de diverse lichamelijke binnenwereld duiden. De enige mogelijkheid voor de baby om uit zijn postnatale desoriëntatie te geraken, is de relatie die hij/zij eerst met de moeder of de vervang(st)er daarvan - en iets later met een gering aantal andere personen aangaat.

Alleen in de dyadische relatie tussen enerzijds de baby of peuter en anderzijds telkens maar één referentiepersoon, ontvangt de baby of peuter de voor hem/haar onmisbare, volledig op zijn/haar individu afgestemde resonanties, die hem helpen om zich om zichzelf te oriënteren en een eerste indruk in hem/haar achterlaten van wat een ‘ik’ en een ‘jij’ is. Bij deze fascinerende ontwikkeling speelt ook de prefrontale cortex een belangrijke rol.” (Bauer, 2015 , 44-45)